Categorie archief: #kort verhaal

Een dag uit het leven van Wouter Tierentyn – 15

Standaard

a408bd7da5f7615d2afb59ededb8d956

De prins en het witte paard

“Wat een lefgozer die vent van jou” zegt Marlene lachend. 

“Ja, Wouter is niet om een stunt verlegen. Hij is een durfal maar tot mijn scha en schande moet ik toegeven … soms ook een druktemaker en opschepper. Geef toe dat hij vandaag als would-beacteur en would-beregisseur indruk maakte. Zoals hij jou en jouw inspanningen voor startende kunstenaars in the picture wilde zetten bewijst toch dat hij het hart op de goede plaats heeft? Hij is er echt van overtuigd dat hij met zijn stunt ruimte zal krijgen in de media.” 

“Hij lijkt wel de prins op het witte paard!”

“Hij weet in ieder geval hoe hij de aandacht gaande kan houden. Ook al heb jij hem zo-even in zijn hemd gezet, hij valt als een kat op zijn pootjes. Kijk maar hoe hij op het terras die journaliste om zijn vinger windt.” 

“Wat is jouw geheim” doet bij Wouter een belletje rinkelen. Hij had vanmorgen op twitter een oproep gelezen. “Als u in uw tuin plots veel dode mezen vindt én u of de buren hebben gif gebruikt om buxusmotten te bestrijden, meld het dan aan het CLM.” Als potentiële buur die pesticiden gebruikt om zijn tuin weelderig te houden, wilde hij weten wie achter deze drie letters schuil ging. Zo ontdekte hij dat het over een Nederlands onafhankelijk onderzoeksbureau ging.

Ook al had zijn lieftallige gesprekspartner de valkuil wijd open gezet, hij zag de kans schoon om zijn imago op te poetsen. Hij wenkte naar de cameraman om dichterbij te komen.  Hij kuchte enkele keren, streek met een hand door zijn haar en keek zonder te verpinken de journaliste in de ogen.

“Jongedame, ik vertel u heel graag mijn geheim.  Niet alleen u en ik genieten van deze prachtige buxus maar ook de buxusmotrups.  Dat is echter niet zonder de waard gerekend, meer bepaald een hoveniersbedrijf dat er voor zorgt dat wij het hele jaar door een verzorgde en aantrekkelijke tuin hebben. Zij bestrijden op een professionele manier deze indringers.”

“Mijnheer Tierentyn, weet u dat mezen hun jongen veel rupsen voeren? Zit de rups vol gif, dan krijgt het mezenjong dit ook binnen. Het CLM en Vogelbescherming willen nu op grote schaal onderzoek uitvoeren naar het verband tussen mezensterfte en het gebruik van gif tegen de buxusmotrups. Zij vragen daarbij de hulp van iedereen die dode mezen vindt. Dit is belangrijk om te voorkomen dat tuinvogels en veel andere insecten worden vergiftigd.”

“Mevrouw ik zou het niet beter kunnen verwoorden. Via de sociale media heb ik dit ook gelezen. Ik ben daar niet ongevoelig voor en ben onmiddellijk tot actie overgegaan. Ik heb het hoveniersbedrijf via mail gevraagd om naar een ecologisch verantwoorde methode te zoeken en de nog aanwezige bestrijdingsmiddelen uit mijn tuinhuis weg te halen. Daarenboven heb ik mij als donateur opgegeven bij het CLM. Ik doe een oproep op mijn voorbeeld te volgen. Schrijf maar dat W.T. geen geel hesje nodig heeft om zich in te zetten voor de bedreigde meesjes.”

©vivapo – 6/5/19
(wordt vervolgd)


Dit verhaal kan als een vervolg gelezen worden van Een dag uit het leven van Wouter Tierentyn – 14.

De opdracht voor de 16° schrijfuitdaging van Schaap Schrijft luidde als volgt: Schrijf een verhaal of gedicht van maximaal 500 woorden met de titel De prins en het witte paard en denk bij het schrijven OUT OF THE BOX!

Wil jij het onderzoek naar mezensterfte helpen? Lees meer

Namasté, Viviane


Bron afbeelding: Schaap Schrijft

Advertenties

Een dag uit het leven van Wouter Tierentyn – 14

Standaard

 

mees

“Moord op mezen in West-Vlaanderen” was de kop van een bericht dat razend snel werd verspreid via de sociale media van de mezengemeenschap. Het bericht was ontstaan nadat bekend raakte dat kool- en pimpelmezen die leven in buurten waar de buxusmotrups wordt bestreden met gif, veel soorten bestrijdingsmiddelen binnen krijgen. Mezen zijn nu eenmaal gek op de buxusmotrupsen en voeren ze enthousiast aan hun jongen. 

buxusmotrups

In West-Vlaanderen hing er ondertussen een waarschuwing in mezentaal aan heel wat mezenhuisjes. Een resem vrijwilligers – de zogenaamde mezenapostelen – hadden zich hiervoor met man en macht ingezet.  Thomas, een ongelovige mees wou er zich eerst van vergewissen dat dit geen fake news was. Hij had immers nog geen enkele dode mees gezien in West-Vlaamse nestkastjes. Zijn vrienden, Andreas en Johannes lazen hem de les … “Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.  Trouwens, steek jij ongevraagd jouw neus in andermans huis?”

Volgens het bericht bleek dat er heel wat dode mezen gevonden waren in nestkastjes in tuinen en bossen. Mensen met een hart voor de natuur deden een oproep om hen te melden waar dode meesjes werden gevonden. “Ook wij kunnen daar ons steentje toe bijdragen” zei Johannes. “We roepen alle mezen samen en zenden hen op zoek naar pesticiden in het tuinhuis van eigenaars met buxus in hun tuin. We zullen mezenmoordenaars aan de schandpaal nagelen.” 

De persconferentie die Wouter Tierentyn had georganiseerd, officieel om een lans te breken voor een galerie te IJmuiden, in realiteit voor zijn eigen werk, was in mineur geëindigd. Eén van de journalisten gooide het over een andere boeg bij gebrek aan écht nieuws tijdens de komkommertijd. Het was haar opgevallen dat de buxus die een deel van de tuin afbakende er prachtig bij stond. “Wat is toch uw geheim?” vroeg ze aan de gastheer.

buxus

©vivapo – 5/5/19
(wordt vervolgd)


Dit verhaal kan als een vervolg gelezen worden van Een dag uit het leven van Wouter Tierentyn – 13. Nadat Marlene en Daisy met hun aanstekelijke lach de aanwezigen aan het lachen brachten, lieten zij W.T. over aan de vragen van het gezelschap en de journalisten.

Ik waagde mij opnieuw aan de schrijfuitdging WE-300 van Platoonline om een verhaal van precies 300 woorden te schrijven met ‘aanslag’ als thema zonder dit woord te gebruiken in het verhaal (omschrijvingen of synoniemen mogen wel). Het woord aanslag heeft heel wat betekenissen. Lees meer.

Wil jij het onderzoek naar mezensterfte helpen? Lees meer

Namasté, Viviane


Bron afbeeldingen: Pixabay

#Dagcreatie 158 – 2° versie

Standaard

(Dit logje had ik reeds eerder gedeeld maar door een verkeerde inschatting verwijderd op deze blog.)

In een vorig logje beloofde ik om het verhaal – met mezelf in de hoofdrol – te illustreren met foto’s die ik heb genomen tijdens mijn frequente bezoekjes aan Damme de voorbije weken.

Lees de rest van dit bericht

Schaaps’ Schrijfuitdaging #15: ik ben de hoofdpersoon

Standaard

“Help, help mij.”

Ik schrik op uit de stilte van mijn stapmeditatie.

“Help, help mij aub.”

Ik kijk om mij heen, geen mens te zien, noch voor, noch achter, noch naast mij. Al ben ik de enige wandelaar op de kerkwegel, ik ben hier niet het enig levend wezen. In de weide aan mijn linkerzijde zie ik enkele schapen met hun kroost: witte en zwarte lammetjes.  Ik blijf staan en luister aandachtig. “Help, help mij.” Staat een drachtige ooi klaar voor een worp in de weide of in een aflamhok ergens in een schuur? Ik monster ieder plekje van de groene berm om het hulpgeroep te lokaliseren.  Zonder resultaat.

“Help, help mij.” Nu weet ik het zeker, het geluid komt niet van links maar van rechts. Boven de bakstenen muur zie ik hoe twee ooievaars zich oprichten van hun nest. Ik maak verbinding vanuit mijn hart en vraag woordeloos of ik iets voor hen kan doen.  Vliegensvlug krijg ik antwoord: “neen, neen, we verwachten ieder moment een baby, maar het is nog te vroeg voor kraamvisite.”

Mijn oog valt op een rij gele narcissen aan de voet van een bakstenen muur. Ik buk mij, zet mij zonder enige moeite op mijn beide knieën en buig mij in de richting van een exemplaar met een enorme witte trompet. Met mijn luisterhoorn vang ik alleen het zoemen op van een bij die zich te goed doet aan nectar en stuifmeel.

Terwijl ik mij weer behoedzaam opricht wordt mijn aandacht getrokken door een gat in de muur. Ik tuur door de opening en ontdek dat er zich achter de verweerde bakstenen een begraafplaats bevind.  Geen levend wezen te zien … geen lévend wezen???? Ik wil er het fijne van weten en haast mij om de achterkant van die muur te bereiken. Plots sta ik aan de grond genageld. Ik knipper met mijn ogen om zeker te zijn dat ik niet droom.  Komt er nu wél of niet … iemand door die muur heen? Ik hou mijn ogen star gericht op de barsten die het silhouet van een mens vormen. Krijg ik het voorrecht om kennis te maken met iemand die door muren heen kan lopen? Het wachten is tevergeefs, de muur geeft geen krimp.

“Help, help mij aub.”

Nu ben ik het zeker, de noodkreet komt wél degelijk van achter het silhouet. De aarde geeft mijn voeten weer de vrijheid en ik stap met grote passen richting de buxus die als een soldaat met ervaring de wacht houdt aan de ingang van de kloostertuin. Ook daar is er niemand te zien.  Wie houdt mij hier voor de gek? Ik sluip voetje voor voetje verder en probeer de kleine narcissen te vermijden die zich her en der voorbereiden op de komst van de paashaas. “Help, help, help!” Ja, ik weet het zeker, nu nader ik het hulpgeroep.

Een piepklein stemmetje slaakt opgelucht “godzijdank, je bent er!”. Hij trappelt van blijdschap met z’n voetjes de groene blaadjes plat. “Wat doe jij hiér” vraag ik hem “waarom roep jij om hulp. Buiten mij is er hier niemand.” “Ik zag en ik hoorde je niet maar ik voelde jouw energie wel” antwoordt het mannetje.  “Eén of andere snoodaard heeft mij gisteren bij valavond bij mijn moeder weggehaald. Wil jij mij helpen om haar terug te vinden en ons weer samen te brengen?” Even denk ik dat zijn moeder een plek heeft op de begraafplaats iets verderop. Misschien is zij het wel die tevergeefs heeft geprobeerd om door die muur te breken, op zoek naar haar zoon. Hij hoort mijn gedachten en stelt mij onmiddellijk gerust. “Neen, mijn moeder, die lieve vrouwe, bevindt zich niet onder een grafsteen of in een urne, maar in een open nis. Wil je NU op zoek gaan … asjeblieft?”

Wie kan er aan de vraag van een kind weerstaan die met z’n moeder wil herenigd worden? Ik niet. Er zijn op dit moment teveel kinderen op deze wereld die door één of andere onverlaat gescheiden worden van hun ouders. Ik ga zonder dralen op zoek naar een open nis. Heel ver hoef ik niet te stappen.  Daar staat ze, in vol ornaat, die lieve vrouwe. Ze ziet er stralend uit in haar wit kleed en haar rode mantel. Ze houdt een bol in haar linker hand. Waar heb ik die vrouw nog gezien, flitst het door mijn hoofd. Bij Pixabay misschien, toen ik op zoek was naar een afbeelding van een lieve vrouw voor één van mijn #Taal-elfjes? Vanop afstand vangt het jongetje mijn gepeins op en dringt aan. “Toe, kom mij nu maar halen, jij kan straks wel surfen op het internet.” Ik keer op mijn stappen terug, neem het jongetje bij de hand en zet hem neer in de nis bij zijn moeder. Mijn hart stroomt over van ontroering. Terwijl ik het tafereel vertederd aankijk hoor ik “mama, ik ben gelukkig.” Het gekraai van een haan schrikt mij op uit mijn extase. 

Pas nadat de haan een derde keer heeft gekraaid word ik mij bewust dat het die van de buren is die mij uit mijn droom haalt. Droom? “Mama ik ben gelukkig’, dàt heb ik gisteren toch écht gehoord?

Viviane Van Pottelberghe


Ik ging in op de 15° schrijfuitdaging van Schaap Schrijft: Schrijf een FICTIEF VERHAAL van maximaal 1500 woorden met jezelf als hoofdpersoon met volgende spelregels:

  • JIJ bent de hoofdpersoon
  • Het verhaal is fictief
  • maximaal 1500 woorden
  • Bijpersonen mogen zowel bestaand als verzonnen
  • De wereld mag bestaand dan wel verzonnen
  • De tijd waarin het zich afspeelt (verleden-heden-toekomst/minuten-uren-dagen-weken-maanden-jaren) mag bestaand dan wel verzonnen

In een volgend logje zal ik dit verhaal illustreren met foto’s die ik heb genomen tijdens mijn frequente bezoekjes aan Damme de voorbije weken. Ik heb nu even geen tijd want straks – om 11u – begeleid ik in Damme ’t SchrijfNest op verplaatsing naar aanleiding van de tentoonstelling Nie Wiem, met poëzie en collages van de Poolse dichteres Wislawa Szymborska.

Namasté, Viviane

Schaaps’ Schrijfuitdaging #13: bloem

Standaard

190331rosesBosrozen

een tuil rozen
op mos verspreid
en neergevlijd
als eerbetoon

op mos verspreid
ik voel verdriet
een eerbetoon
natuur als graf

ik voel verdriet
asse verstrooid
natuur als graf
geliefde rust

aarde gekust
asse verstrooid
op mos verspreid
een tuil rozen

©Viviane Van Pottelberghe


Dit is mijn bijdrage voor de  dertiende schrijfuitdaging van Schaap Schrijft: Kies een bloem. Verwerk de naam van de bloem in een gedicht of verhaal van maximaal 350 woorden een geef het een TITEL.

Ik liet mij inspireren door de titel bij een foto die Marion Driessen deelde op haar blog Doldriest.

Ik sloeg ‘Mijmeren op papier – schrijfvormen van a tot z‘ open (handig!) en koos het kort pantoum als schrijfvorm.

Namasté, Viviane

Schaaps’ Schrijfuitdaging #14: De Kleine Zeemeermin

Standaard

23ffc8fc2c5554eb1faba26eefe62d40

“Wouter, Wouter, word wakker. Wouter, het is tijd.”
Zijn vrouw probeert hem wakker te schudden.
Verfris je en kom aan dek, het spektakel zal zo dadelijk beginnen.
Hij opent één oog en voelt zijn scheepsbed heen en weer wiegen.
“Ik ben zeeziek, laat mij met rust.”
“Je ben niet zeeziek, je hebt gewoon een kater.”

Gelaten verlaat Daisy hun kajuit die haar man speciaal voor deze gebeurtenis had gereserveerd. Ze had zich haar verblijf aan de oevers van de Rijn heel anders voorgesteld. De wijnstreken rijgen zich hier als een parelketting aaneen. Gezelligheid troef, met oude vakwerkhuizen wijncafés en oude burchten, de ene nog mooier dan de andere. Toegegeven, zij heeft er de voorbije dagen in haar eentje van genoten. Haar echtgenoot daarentegen die had andere prioriteiten. Hij wou en zou zich onderdompelen in de wijnfeesten her en der in de ‘Altstadt’ van Sankt Goarshausen waar ze sinds woensdag logeerden, samen met een bevriend koppel.

In Sankt Goarshausen draait alles om de beroemde Lorelei. Volgens de legende leidde een blonde nimf hier kapiteins af, waardoor ze schipbreuk leden.  Traditioneel vindt op de derde zaterdag van september ‘Rhein in Flammen’ plaats.  De burchten Katz en Rheinfels bieden een schitterend middeleeuws decor voor een imposant vuurwerk dat door de zustersteden St. Goarshausen en St. Goar wordt georganiseerd.  De adembenemende akoestiek in het nauwe Rijndal doet toeschouwers rillen wanneer de vuurwerkbollen tussen het gebergte knallen. Wouter ging er prat op dat hij twee kajuiten had weten te bemachtigen op één van de 70 schepen die vanaf het water tussen St. Goarshausen en St. Goar hun passagiers een exclusieve plaats bieden om de Nacht van de Lorelei bij te wonen.

Terwijl zijn vrouw zich bij hun vrienden op het dek voegt zet Wouter zijn slaap verder waaruit zijn vrouw hem even had gewekt en zakt verder in zijn roes weg. Al is hij zich niet bewust van wat er rond hem gebeurt, toch is zijn brein zeer actief. Zijn gesloten ogen schieten heen en weer. Alhoewel zijn ademhaling versnelt en zijn bloeddruk toeneemt beweegt hij zich niet maar voelt de beweging van zijn schip. Met zijn handen op het roer tuurt hij naar de Lorelei, op zoek naar de nimf die er achter bleef toen haar zusters door de mensen werden verdreven. Hij geraakt in vervoering wanneer hij de nimf in het vizier krijgt die op de hoge rots haar gouden haren – glanzend in het maanlicht – laat wapperen in de wind. Hij wordt betoverd door haar prachtige treurige zang en merkt niet op hoe een scherpe bocht in de rivier een stevige stroming veroorzaakt die zijn schip in haar macht krijgt. Met oorverdovende knallen komen plots grote golven uit de Rijn op en overspoelen zijn schip. Er volgt nog een kanjer van een knal en nog één en nog één. En bij iedere knal spat een deel van zijn schip uiteen. Samen met het wrakhout slaat hij te pletter tegen de voet van de rots. Hij hoort kreten van toeschouwers die hulpeloos toezien hoe hij naar adem hapt.

Kletsnat – van zweet en urine – wordt hij wakker in zijn kajuit terwijl hij buiten het vuurwerk hoort knallen.

©Viviane Van Pottelberghe
31 maart 2019


Dit was mijn bijdrage voor de  veertiende schrijfuitdaging van Schaap Schrijft: Schrijf bij deze tekening een eigen verhaal of gedicht (of combinatie!) van maximaal 600 woorden.

De meeste mensen zullen het bekendst zijn met het verhaal De Kleine Zeemeermin doordat Disney het verfilmd heeft. Het originele verhaal is echter afkomstig van de schrijver Hans Christian Andersen. In de oude boeken (en soms ook de nieuwe uitgaven!) kunnen ontzettend mooie tekeningen staan. Zo kwam Schaap Schrijft op Pinterest bovenstaande afbeelding tegen.

En met deze bijdrage stak W.T.(*) nog eens zijn kop boven het maaiveld, of liep hij met zijn kop tegen de muur?

Namasté, Viviane

(*) Dit personage zag het levenslicht tijdens een schrijfcursus van Marion Sarneel.  Nu en dan inspireert hij mij voor een kortverhaal.

Bron Afbeelding

Schaaps’ Schrijfuitdaging #12: brief

Standaard

valies

Daar is hij … daar is hij …  

Als uitgelaten kinderen staan enkele volwassenen te wuiven naar een bus die in de bocht verschijnt. Daisy popelt van ongeduld om Joris in haar armen te sluiten. Haar ogen zoeken  zijn silhouet maar de weerspiegeling van de ramen verhindert dit. 

Eindelijk … daar is hij dan. Ze ziet hem nog vliegensvlug een traan wegpinken vooraleer hij naar haar toe komt met zijn spiksplinternieuwe valies aan de hand.  Nog nooit eerder ging haar achtjarige zoon op vakantie zonder zijn ouders. Nu moest het wel … hij had die sportvakantie gewonnen.

Dag jongen, hoe was het, vraagt Daisy terwijl ze hem een knuffel geeft.
Goed, goed …
Vond je het tof?
Ja, ja, tof.
Kreeg je mijn brief?
Ja, ja.
En… vond je dat leuk?
Ja, ja, maar … gaan we nu naar huis, ik wil Mitzi zien.

Bij hun thuiskomst komt Mitzi hen keffend en kwispelend tegemoet. Terwijl de chihuahua en haar zoon als twee dartele hondjes in de tuin rennen opent Daisy de reiskoffer om het wasgoed te sorteren. Helemaal onderaan vindt ze een witte envelop. Op de voorzijde herkent ze haar handschrift en op de achterzijde ziet ze … de enveloppe is nog steeds dicht.

©Viviane Van Pottelberghe


Dit was mijn bijdrage voor de  twaalfde schrijfuitdaging van Schaap Schrijft: Schrijf een verhaal van maximaal 250 woorden waarin een brief centraal staat.

Namasté, Viviane

Bron Afbeelding: Pixabay